Ik heb ook zo’n zwak voor blauwe ogen

Ik zie je in de verte al staan. Je weet dat ik je zie. Lichtelijk geïndoctrineerd door je verschijning loop ik in jouw richting. Ik zie je een ontwijkende beweging maken. Toch loop ik verder. Als ik bij de plek ben aangekomen waar ik jouw net nog zag zie ik dat je naar mij staat te kijken vanachter een schuurtje. Je lichaamstaal zegt wel dat je schuw bent maar je doet tegelijkertijd niet erg je best om je te verbergen. Ik meen dat je dat nu zelf ook weet want je loopt naar mij toe. Niet in directe gang maar toch duidelijk in mijn richting. Ik blijf stilstaan en vraag mij af wat voor karakter jij hebt.  En dan, toch nog plotseling, bevindt jij je in mijn persoonlijke ruimte. Je kijkt naar mij met grote blauwe ogen waardoor er iets in mij smelt . Je fluistert iets maar, ook al ben je dichtbij, ik kan je niet goed verstaan. Je knipoogt en ik weet dat jij weet welk effect je hebt op mij. Ik let goed op want dit moment wil ik vastleggen voor later. Je mooie licht turquoise kijkers richten zich nogmaals op mijn gezicht en je buigt je snel naar voren. Voordat ik het weet heb jij mijn fotocamera in je snavel en laat je niet los. Rotvogel. 

Bloesem

Ruim twee jaar geleden heb ik al eens kapucijners gekweekt om het balkon. Toen de hele bak aan de linkerkant met de mooie klimmers volgezet. Prachtig vond ik het. Lekker ook. Verse kapuus met picallilly. Of mosterd, whatever you fancy. Dit jaar had ik een deel van de bak over. Daar stond nog niets in. Omdat ik niet van lege plekken houd heb ik er een paar bonen in laten vallen om te kijken of ze het nog doen. Het zakje met kweekkapucijners was immens ook alweer twee jaar oud. Na zeer korte tijd bleek dat wel zes plantjes hun stinkende best deden om de hoogste te worden. Als de plantjes vinden dat ze hoog genoeg zijn geworden komen er bloemen. Hele mooie, tere bloemetjes.  Heel grappig ook nog, ze verschillen in kleur.

En de opbrengst qua kapucijners? Vierentwintig bonen, lekker als toevoeging aan de groentesoep.

Project shirt naar rok

Dames en heren, ik ben er weer. Even. Of voor wat langer maar in ieder geval vandaag. Ging een beetje beroerd met mij afgewisseld met wel goed tot heel prettig zelfs. Daar tussenin had ik nergens zin in of juist wel maar dan had dat niets met bloggen of internet van doen. Zoals dit projectje waar ik dan wel weer foto’s van gemaakt heb om met jullie te delen.

Het betreft een shirt welke ik ooit in Frankrijk heb gekocht. Het is gemaakt van polyplasticzweetmehetongangsetyleen. Geen idee waarom ik het nooit aan had. Het motiefje vind ik echter wel erg leuk, daarom had ik het gekocht natuurlijk, dus ik moest er wat mee. Gelukkig heb ik een goede schaar voor stof en een woeste naaimachine en kon ik ermee aan de slag. Ik heb knipperdeknip gedaan en volgens de beproefde naaierdenaaimethode een tunneltje erin geprutst en nu is het een rokje geworden.

Niet voor nu, want te warm, maar voor in de herfst. Over een maillot, panty of legging. Stoere boots eronder en klaar!

Wat denkt u?

Fifty shades of Grey. Wel lezen of niet lezen? Ik hoor er hele slechte berichten over. Het woord ‘bollocks’ is gevallen aan de overkant van de sloot (aka. the UK) en daar word ik heel nieuwsgierig van. Tevens krijg ik het gevoel dat ik iets mis. En aangezien ik hier toch niet zo veel doe (aka. writers block) kan ik net zo goed een hutboek van iemand anders lezen.
Maar, gooit u vooral uw mening in de strijd. Hoor ik graag.

Computerfood

Laatste keer dat het zonnetje zo hard scheen was ik in Zuid Limburg. Aan de wandel. En daar vond ik een buurtsuper met een zeer uitgebreid assortiment. Dit riep wel wat vragen op. Nu ben ik oud genoeg om te weten wat PTT is maar, lieve lezers en medebloggers, help me out: Computerfood? WTF?

Plak, derde deel

Gewapend met een vers tubetje bandenplak ga ik de band te lijf. En ik moet zeggen, het gaat lekker. Helemaal zoals de fietsenmaker het graag ziet. Mooi plakkertje erop, band opgepompt, ziet er goed uit. Band beetje leeg laten lopen om in de binnenband te proppen. Ook dat gaat swimming. Ik zie mijzelf al fietsend over de dijk met mijn haren in de wind. Wat een goed idee. Om dit te realiseren moet ik nu wel mijn band nog even oppompen. Boven het geluid van de pomp uit hoor ik pssssss. Ah nee he! Jawel hoor, de band loopt weer leeg. Ik ben er helemaal klaar mee.
Lief doet een serieuze poging en vind nog twee gaatjes. Doet ook plakkerdeplak en hup fiets is klaar. Kijk, daar heb ik nou een vriendje voor. Natuurlijk ook voor andere zaken maar voornamelijk voor het plakken der band. Ik ren naar boven om mij om te kleden. Ik heb, in afwachting van de reparatie van mijn band, een fietsonderbroek aangeschaft en kan deze dan eindelijk uittesten.
‘laat maar hoor’, hoor ik lief roepen van beneden,’ je band is nog steeds lek’.
De gaatjes blijken scheurtjes en de symptomen van een ernstige aanval van rubbermoeheid. We gaan een nieuwe achterband aanschaffen. Dat zal dan toch wel de oplossing zijn voor deze ellende.

Plak, het tweede deel

Zoals gemeld doe ik een heldhaftige poging mijn fietsband te plakken. De tweede fase is inmiddels achter de rug. Deze ronde omvatte de zoektocht naar een wat voller tubetje lijm welke ik met goed resultaat heb doorstaan. Met frisse moed ben ik het gat, zo noem ik het scheurtje inmiddels, te lijf gegaan. Precies zoals de dokter, uh, fietsenmaker voorschrijft. Mooi plakketje geknipt, met ruim lijm erop geplakt. Zag er goed uit. Totdat ik ging pompen. Toen vloog het plakkertje er weer af. En kon ik opnieuw beginnen. Eerst nog eens goed de handleiding gelezen en wat blijkt? Een half jaar na openen kan de lijmkracht van de lijm afnemen. En dat is wat er is gebeurt. Daarom nu naar de fietsenwinkel voor een nieuw tubetje. Dat kan ik mooi wel ff op de fie… hmm.
Lopend maar weer.

Fluiten

Kan u lekker fluiten? Op een fluit bedoel ik. Dan kan u wellicht iets betekenen voor de Duitse stad Hamelen. Bekend van het verhaal van de rattenplaag die in de 13e eeuw werd opgelost door een geezer met een magische fluit* die de ratten in de rivier lokte alwaar ze verdronken. Want ze hebben er weer een beetje veel van de gezellige knaagdieren. Schijnt niet echt een heel groot probleem te zijn deze keer maar voor de zekerheid kunnen ze maar beter een fluitist achter de hand houden. Overigens, ratten kunnen zwemmen. Maar dit terzijde. 

*) Ik word daar toch een beetje lacherig van. En dan te bedenken dat ik dit ooit, als kind, een heel normaal gegeven vond.

Plak

En toen dacht ik, heel stoer, zelf mijn band te plakken. Het is niet dat ik dat voor het eerst doe. Het is wel alweer een tijd geleden. Ik ben zuinig op mijn fiets en rij, bij voorkeur, niet door glas, spijkers en andere levensgevaarlijke spullen*. Het begon al lekker toen ik de fietsbandplakspullen niet kon vinden. Bleken ergens onderin achteraan in een klein gereedschapskistje te zijn verzameld. Handig, vooral als je weet waar het is. Omdat het mijn achterband is die lek is heb ik niet het gehele wiel eraf gehaald. Krijg ik er nooit meer lekker op natuurlijk. Dus heb eerst alleen binnenband eruit gesloopt om op zoek te gaan naar het gaatje. Band opgepompt en ik hoorde geen lucht die uit een klein gaatje geperst werd. Nadat ik de luide muziek van Wolfmother, altijd lekker als je druk bezig bent in de schuur, uit had gezet hoorde ik nog steeds geen ontsnappende lucht. Daarom bak met water erbij. Na de bijna volledige band door het water te hebben gehaald vond ik het gat. Scheurtje eigenlijk. Zal met de leeftijd te maken hebben. Van de band bedoel ik, niet die van mij. Opgelucht dat ik het euvel gevonden heb knip ik een leuk ovaaltje van het bandenplakselvelletje en grijp naar het tubetje lijm. Het tubetje is bijna leeg en ziet er wat oud uit hoewel erop staat dat het een vernieuwde formule betreft. Waarschijnlijk heeft men in de jaren 80 van de vorige eeuw een nieuw mengsel lijm voor het bandenplakken op de markt gebracht. Hartstikke fijn. Vooral als je in de jaren 80 van de vorige eeuw leeft. Maar nu niet zo geweldig want de lijm blijkt jammerlijk overleden. Tot zo ver het fietsbandgaatjeplak verhaal voor vandaag. En dan ga ik nu naar de schuur van mijn vader om te kijken of hij ergens een recenter tubetje bandenplaklijm heeft liggen.
Wordt vervolgd…

*) Levensgevaarlijk als je rubber bent, dat is.