Project: fruit in de tuin

Ik heb dus die tuin met planten erin. Ik zeg dat maar even want het schijnt niet vanzelfsprekend te zijn dat er planten en dergelijke in je tuin staan. Althans, als je hier in de buurt woont. Ik zie erg vaak volledig bestraatte tuintjes. Sommige zetten er nog een bak met violen in voor de kleur maar iedereen weet dat dit een zielige poging is en het geen tuintuin van je tuin maakt.

Binnen de groep planten in mijn tuin zijn ook fruitplanten. Zo heb ik braam die nog niet rijp is, bosbes waar niets mee gebeurd en morgen ga ik enthousiast bloggen over de cranberry. Als je morgen verrast bent door het onderwerp van het blogje heb je gewoon niet goed opgelet en is het je eigen schuld. En kruisbes, heb ik ook. Wel 2 struikjes. Op stam. Staat leuk.


Maar wat doe je ermee. Vroeger, toen Branwen nog een huppelmeisje was met twee zijstaartjes vond ze kruisbes lekker. Kruisbessenjam nog lekkerder. Ik denk niet genoeg bessen te scoren van de twee struikjes om jam te kunnen maken. Ik heb het met eentje geprobeerd maar ik vind ze zo uit het vuistje niet zo lekker meer. Huppelen doe ik ook al niet meer zo vaak. Dingen veranderen.

Nou, zeg het maar. Post ik hier volgende week mijn recept voor kruisbessentaart?

Mui animado

Aan het eind van de wandeling naar Portelo staat een cafeetje. Lief voelt zich geroepen de biertjes te kopen waar wij het al over hadden gehad gedurende het laatste half uur van de tocht. Terwijl hij in de rij staat zwerf ik wat in de richting van een winkeltje met wat toeristische spulletjes en handgemaakte artikelen. Bijzonder warme truien voor zo’n warm eiland. Ik voel geen behoefte om een aankoop te doen. En dat terwijl ik graag de plaatselijke middenstand wat euro’s doe toekomen. Dan zie ik het stalletje met bloemen. Een wat fittere versie van mijn oma staat in het stalletje. Met een bloemetjesschort waar mijn andere oma stikjaloers op was geworden. In haar stal staan de bloemen die we tijdens de wandeltocht langs de kant van het pad hebben zien groeien. Ik wijs naar een sprietplant met felle oranje bloemetjes.
‘two euros’, zegt oma en kijkt mij vriendelijk en ietwat hoopvol aan.
‘Do you have the seeds for this plant?’ vraag ik en oma wijst naar een zakje met knollen. Aha, geen zaadjes, knolletjes. Ik bekijk ze wat van dichterbij in de hoop de vorm te herkennen.
‘No’, zegt oma glimlachend, ’not for eating, for to put in garden’. Ze wijst naar de inhoud van haar stal en zegt,
‘any three for five euros’.
Ah, gevoel voor humor en een lichtelijk commerciële instelling. Wat een leuk mensje. Ik koop nog 2 zakjes zaad erbij en reken af.
De wandeling ging soepel, ik heb spullen voor de tuin die nog aangelegd moet worden en het biertje spoelt de dorstige keel schoon. De dag voelt goed en ik ben gelukkig.

Het is bijna een jaar later. In mijn tuin is het een drukte van jewelste. De crocosmia komt uit en ik zie de belofte van fel oranje bloemetjes. Het gevoel van de dag van de wandeling komt terug, ik voel mij mui animado.

Prikpen

Omdat ik ziek ben en een sterke wens heb niet ziekerder te worden prik ik een medicijn. In mijn been. Met een naald. Dat doe ik niet zo hops in ene, daar heb ik een hulpje bij. Eigenlijk heb ik twee hulpjes maar het gaat hier even om de PI. Dat is de Personal Injector. Wat het doet is dit; nadat ik de naald op het spuitje heb gemanoeuvreerd klik ik deze aan de PI. Dan, na een druk op de knop door mij, prikt deze snel en recht de naald door de huid zodat ik zelf de vloeistof in mijn spier kan duwen. Nou, dat is het. Ik zie alles. De naald, de vloeistof etc. Er zit zelfs een ledlampje op, echt disco! En nu hebben ze, dat is de fabrikant van het spulletje, een nieuwe manier van toedienen bedacht. Een pen. Hoe vernieuwend. Hoe werkt deze? Nou, je pakt de pen, doet de ampul open, die je niet goed kan zien want zit in de pen. Dan doe je de naald erop die je niet echt ziet omdat je het hoesje erop moet laten zitten. Dan rek je de pen uit zodat de naald in de pen verdwijnt. Op dat moment schiet het hoesje eraf. Je hebt de naald nog steeds niet gezien. De pen zet je op je been, je drukt op een knopje en de naald schiet in je been, dat zie je niet maar gebeurt wel. Dan moet je dat tien tellen zo laten zitten en dan haal je de naald en pen van je been. Klaar. Het grote voordeel, zei de verpleegkundige, is dat je de naald niet ziet. Pas aan het einde maar dan ben je al klaar. Fijn dat ze dat nog even zegt, alsof ik dat nog niet genoeg heb benadrukt in bovenstaand stukje.

Ik weet zeker dat hier een markt voor is. Voor mij echter is de lol eraf zo. Ik wil die naald zien. Ik wil zelf de vloeistof in mijn beenspier duwen. Die pen, dat wordt hem niet. Ik heb wel om een korter naaldje gevraagd. Want blijkt dat ik nu wel een aso lange naald gebruik. En misschien, heel misschien, durf ik, in de verre toekomt, dan zonder PI te prikken. Wel samen met het andere hulpje natuurlijk.

Kleur


Het minder leuke van blonde lokken in je pony is dat als de pony bijgeknipt is het lijkt alsof het blond ergens in het midden van het haar begint. Dat komt omdat dit dan ook zo is. En wat doe je dan? Nou, dan ga je naar de kapper. Maar het is recessie. Dat hebben ze mij verteld op de tv. Daarom, met korting, haarkleurspul gekocht bij de drogist.
Na wat lichtelijk geklooi met een flesje kleurvloeistof en een flesje ontwikkelvloeistof krijg ik het makkelijk voor elkaar een flinke klodder schuim te produceren. Gelukkig had ik de handschoenen al aangedaan. In de tijd dat ik mijn haar met henna kleurde, bij andere mensen heet dat pubertijd, had ik regelmatig roodbruine vlekken op de handjes. En vreselijk mooi rood haar, dat dan wel.
Deze kleuring is van schuim en blijft lekker goed zitten. Vroeger, en dan heb ik het over twintig jaar geleden, was het vloeistof. Dat zat na vijf minuten in mijn oren, met pech in mijn ogen, kwam mijn neus uit en als ik even niet oplette zat het in de bilspleet. Nee, dit gaat een stuk beter. Het ruikt echter wel hetzelfde als toen. En als ik zeg ‘ruikt’ dan bedoel ik meurt de kamer uit.
Na dertig minuten en een onderbroken telefoongesprek sta ik weer in de badkamer. Uitspoelen is het devies. Dan gaat er een handvol spulletje in welke het haar moet verzorgen. Ruikt lekker maar ook dit moet ik eruit spoelen, al na 2 minuten. Ik dacht dat het verzorgen van haar wel langer zou duren. Van die maskers, weet u wel, die er een halve dag in moeten blijven. Met een knijper op je hoofd en dat dan vergeten en nog even een half pakje karnemelk halen bij de super om de hoek. Maar ik dwaal af.
Het haar is klaar.
Ik zie duidelijk verschil. U?

Project: Chocoladehagelslagmuffins

De projecten dansen door de week heen. Ze zijn nooit net lekker op donderdag af. Daarbij weet ik de helft van de week niet welke dag het is, beetje vakantiegevoel, waardoor de donderdagen mij door de vingers glippen. Zoals dat gaat. Vandaar vandaag, het is weekend, het moet kunnen, een projectje.

Bakken is gelukkig ook een doorlopend project. Deze muffins had ik al eens eerder gemaakt, toen ter ere van verjaardag van Lief. Nu ook beschikbaar voor jullie. Hoezee, hoezee, hoezee!

Ingrediënten: 250 gram bloem, 2 theelepels bakpoeder, 1/2 theelepel bicarbonaat soda, 100 gram bruine basterdsuiker, 30 gram cacaopoeder, 200ml karnemelk, 75 ml vloeibare boter, 1 ei en 150 gram grote chocolade hagelslag.
Bereiding: Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius, 175 bij een heteluchtoven. Doe papieren muffinvormpjes in de metalen muffinbakvorm. Doe de bloem, de bakpoeders, basterdsuiker en cacoa in een grote kom. Meet de karnemelk af in een maatbeker, voeg hieraan toe de vloeibare boter en het ei. Roer dit om tot het de stukjes ei wat kleiner zijn en de boter een beetje verdeeld is, het bindt niet maar dat hoeft ook niet als je het maar wat mengt. Giet de vloeistof bij het bloemmengsel en roer met een houten lepel. Niet te lang want een te mooi deeg daar krijg je taaie muffins van. Voeg de chocoladehagelslag toe en schep deze door het deeg. Vul hiermee 12 muffinvormpjes. Bak deze 20 minuten. Laat dan even afkoelen in de vorm, daarna zet je ze, met je vuurvaste handjes, op een rooster om verder af te koelen. Nodig je vrienden/familie uit en maak indruk. Of neem de muffins mee naar je werk en maak je collega’s stikjaloers.

Aanvullende informatie: bicarbonaat soda is ook wel bekend als dubbelzure soda, verkrijgbaar in bakwinkels en, kwam ik eens achter, de Indo Toko. Deze Muffins zijn een variatie van mij op een recept van Nigella Lawson die natuurlijk Engels is en daar gebruikt men vaker dit poedertje.
Ik kwam tegen hagelslag van De Ruijter en die heet Extra Puur Royale hagelslag. Het betreft aso grote korrels die heel geschikt zijn voor gebruik bij de bereiding van dit zoete snekkie. Tis maar dat u het weet.

Zo’n dag

Mijn eerste koffie zit er al in. Mijn tweede ook en ben nog niet gedoucht. De achterdeur heb ik open gezet, de katten zijn in de tuin. Of die van de buren, of de mensen daarnaast. De lucht is grijs en er hangt een belofte van regen. De tuin is al redelijk verzadigd maar er kan altijd nog wat bij na de droogte van de afgelopen weken, maanden, leek wel jaren. Vandaag heb ik niets te doen, niets belangrijks wat niet kan wachten. Ik zou wat aan mijn naaiprojectje kunnen werken, de tuin wieden of die blanke plint schilderen. Het heeft allemaal geen haast. Over twee maanden ben ik jarig, zal ik alvast een lijstje maken. Een verlanglijstje of een lijstje met genodigden voor het feestje. Waarvan ik nog niet weet of ik dat ga geven. Zal ik daar eerst eens over nadenken. Kan ik morgen wel bespreken met manlief. Ik surf wat over het web en lees mijn email. Daar staan geen dringende zaken in die meteen afgehandeld behoeven te worden. Ik kijk weer eens naar buiten, het weer werkt nog steeds niet mee.

Vandaag pyjamadag.